Reactie Beleidsnota Noordzee - Nationaal WaterPlan

Reactie Watersportverbond op Beleidsnota Noordzee – Nationaal WaterPlan
De bemanning van “District Zout” heeft zich met vertegenwoordigers van de Kustzeilers en de Toerzeilers gebogen over de beleidsnota Noordzee als onderdeel van het Nationaal Waterplan met als doel een gezamenlijk concept inspraakreactie op te zetten.
Het Nationaal Waterplan is een structuurvisie en legt daarmee de hoofdlijnen voor ruimtelijke ordening vast.
Ons uitgangspunt is dat watersportactiviteiten op zee zo veel mogelijk ongehinderd door kunnen gaan. Zo is in de afgelopen jaren bij voorbeeld met regelmaat ingesproken op de voornemens en de concept vergunningsaanvragen van windturbineparken op de Noordzee.
Daarbij is geen bezwaar aangetekend tegen het initiatief voor windenergie, maar wel tegen de voorgenomen ligging van enkele gebieden en de (Nederlandse-) wetgeving die doorvaren van een windpark verbiedt, terwijl dit in Engeland en Denemarken wel wordt toegestaan.

Het huidige regeringsbeleid voorziet in het committeren van 450MW in de huidige regeringsperiode. Op dit moment lopen er aanvragen voor 17 verschillende gebieden, waarbij het de verwachting is dat er nog slechts voor enkele gebieden subsidie beschikbaar zal zijn..
Mede op basis van brede kritiek (o.a. Olie-en Gaswinning, Scheepvaart,etc) heeft de regering besloten om in de beleidsnota Noordzee nieuwe zoekgebieden voor windenergie aan te merken.
Deze nieuwe zoekgebieden sluiten in de grensgebieden met België en Duitsland aan op gelijksoortige initiatieven. Hierdoor kunnen dan heel grote, niet doorvaarbare, gebieden ontstaan.

Een Nautische Adviesgroep heeft onderzoek gedaan naar de gewenste veiligheidsmarges rond windturbineparken en de zichtbaarheid van kleine scheepvaart indien deze zich binnen deze parken bevindt. Op basis van deze studie wordt aanbevolen om naast scheepvaartroutes open “bermen” te behouden van 2 mijl breed waarin de kleine scheepvaart zich kan bewegen en het doorvaartverbod te handhaven vanwege de (on-)zichtbaarheid op radar.
In onze inspraakreactie hebben we dan ook o.a. de volgende punten opgenomen:

  • De structuurvisie kaart voor de Noordzee geeft een duidelijk beeld van de gebruiksfuncties die in kaart gebracht moeten worden. Het Watersportverbond pleit hierbij nadrukkelijk voor het in de structuurvisie meenemen van de zoutwaterrecreatie (zeezeilen, sportvissen, motorboottochten, strandzeilen en surfen), die zijn eigen dynamiek en ruimtegebruik kent.
  • Vanuit de optiek van de zoutwaterrecreatie is het verheugend vast te stellen dat in de nota expliciet is opgenomen dat “zichtbare permanente werken binnen de 12 (zee)mijlszone die het vrije zicht op de horizon beperken, niet worden toegestaan”. Onze interpretatie is dat hiermee een obstakelvrije zone van 12 mijl breed langs de kust blijft bestaan waarvan de zoutwaterrecreatievaart gebruik kan maken. Hiermee zijn zowel de activiteiten vanaf het strand als het kustverkeer verzekerd van vrije vaarmogelijkheden.
  • Veiligheid op zee is van prominent belang. Het Watersportverbond hecht aan een zo goed mogelijke scheiding van recreatievaart en de beroepsmatige zeevaart. Het advies van de nautische adviesgroep om te komen tot een efficiënt ruimtegebruik en een veiligheidsmarge van 2 zeemijlen aan weerszijden van de scheepvaartroutes wordt krachtig ondersteund. Deze veiligheidscorridor dient voor de kleine scheepvaart beschikbaar te zijn.
  • Het huidige beleid voor windturbinegebieden gaat uit van een doorvaartverbod voor alle scheepvaart. Bij de planning van de huidige gebieden is bij herhaling gekozen voor het “inklemmen” van windturbineparken tussen scheepvaartroutes. Het doorvaartverbod van het park dwingt daarbij de kleine scheepvaart als het ware naar de scheepvaartroutes toe: een verdringingseffect. Nadrukkelijk wordt aandacht gevraagd voor de consequenties die dit heeft voor de recreatievaart / kleine scheepvaart.
  • Het watersportverbond ondersteunt het aangekondigde onderzoek naar het meervoudig ruimtegebruik van windturbineparken en daarbij het beoordelen van de noodzaak voor een doorvaartverbod voor alle scheepvaart. Het toestaan van kleine scheepvaart waaronder recreatievaart zal in een aantal gevallen de ruimtelijke druk verminderen en kan de veiligheid ten goede komen.


In de structuurvisie voor de Noordzee worden voor het nieuwe beleid een viertal zoekgebieden voor windenergie aangewezen. Ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van deze grote gebieden hebben wij de volgende opmerkingen:

    • Het zoekgebied 1 (Borsele) ligt tegen de grens van de Belgische territoriale zee. Ingewonnen informatie leert dat België direct aansluitend op de grens ook haar windenergieparken situeert. Hierdoor ontstaat een enorm gebied dat hinder op zal leveren voor de kleine scheepvaart
    • Het zoekgebied 3 (Hollandse Kust) ligt in een bijzonder intensief bevaren stukje Noordzee. Het inplannen van nieuwe windturbineparken zal hier zondermeer aanleiding zijn tot het verdringen van de kleine scheepvaart naar de scheepvaartroutes toe.
    • Het zoekgebied 4 (ten Noorden van de Wadden) sluit aan op het Duitse gebied waarvan bekend is dat ook daar windturbineparken voorzien worden. Te grote aaneenschakeling van gebieden vormt een obstakel voor de kleine scheepvaart.
    • De grootte van deze zoekgebieden impliceert dat grotere windturbineparkgebieden mogelijk worden. Vanuit eigen expertise wordt voorgesteld dat :
      • “indien een zijde van een windmolenpark langer is dan 8 zeemijl, dient halverwege een doorvaartcorridor gerealiseerd te worden met een doorvaarbare breedte van 3 zeemijl en die aan te sluiten op een toelaatbare oversteekplaats van een shipping lane.”
  • De hiervoor geschetste ontwikkelingen bij onze buurlanden vragen om een internationale afstemming. Voor de definitieve Beleidsnota Noordzee wordt het wenselijk geacht dat de internationale ontwikkelingen en beleidsvisies worden opgenomen en er een integraal en internationaal beleidskader wordt overlegd. Met andere woorden de structuurvisie kaart moet de hele Noordzee beslaan en niet alleen het Nederlandse deel.
  • Ten aanzien van internationale aspecten wordt nog eens nadrukkelijk gewezen op de geconstateerde verschillen in regelgeving (geen doorvaartverbod windparken in UK) en handhaving (geen recreatievaart in zone van 1 mijl ten zuiden van TE-route in Duitsland). In onze ogen is het gewenst om te streven naar eenduidige regelgeving, c.q. uitvoering daarvan op de gehele Noordzee. Daarbij zouden bij de inrichting van de ruimte ook internationaal dezelfde uitgangspunten moeten worden gehanteerd.
  • In de structuurvisie worden nieuwe Natura 2000 gebieden aangewezen. Alhoewel deze gebieden voornamelijk veraf gelegen zijn wijst het Watersportverbond erop dat het bestaand gebruik door recreatievaartuigen wordt meegenomen bij het opstellen van de beheerplannen.

Het Ontwerp Nationaal Waterplan, inclusief de beleidsnota Noordzee, is na te lezen op www.inspraakpunt.nl. U kunt dan nagaan welke consequenties deze plannen mogelijk voor uw vereniging kunnen hebben. Inspraak is inmiddels niet meer mogelijk.


 
Print dit artikel